Vreemdelingen van het licht

Het Oude Testament bevat veel illustraties van de huidige positie van Christus’ Gemeente. Zij heeft in de wereld geen status en moet die er ook niet zoeken. Zij draagt de aan Abraham gegeven beloften en verkeert, net als hij, als vreemdeling in een vreemd land. En zoals zijn vrouw Sara ooit werd ingenomen door de Farao tracht de wereld de Gemeente te annexeren en te gebruiken voor het bouwen aan een aardse toekomst. Maar dat is geenszins haar roeping. Zij is als volk, verzameld uit alle naties en rassen, aangesteld als licht in een duistere wereld, waarvan zij geen deel uitmaakt. In Zijn bekende Hogepriesterlijk gebed, bad de Heer dan ook nadrukkelijk niet voor die wereld, alleen voor Zijn volgelingen. Hij greep daarmee vooruit op de positie die Hij kort daarna zou bekleden ten opzichte van Zijn Lichaam. Gelovigen moeten, hoewel de oude mens zich soms nog in hen manifesteert, het ‘er voor houden’ dat zij zijn gestorven. Een kwestie van negeren.
“Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen die Gij Mij gegeven hebt.”

Spreker: Ab Klein Haneveld

Om de studie te kunnen beluisteren en eventueel te downloaden moet u op deze site zijn ingelogd. Inloggen kan alleen met een account. Vraag hier uw gratis account aan.