Erfzonde en zo

Hoewel het woord in geen enkele concordantie voorkomt, is ‘erfzonde’ wel een Bijbels begrip. Men komt in Gods Woord zowel zonden en zonde tegen. Met het enkelvoud wordt in het Nieuwe Testament doorgaans ongeloof bedoeld, c.q. de zondige natuur van de mens. Dat is de erfzonde waardoor hij zondigt. Maar ook als hij dat niet (meer) zou doen, is hij toch schuldig tegenover God. Het gevolg ervan is zijn van Adam geërfde dood. Daarover gaat het in Romeinen 5. Al voordat de wet kwam, bestond zonde. De wet maakte die zichtbaar. Hoe meer men de zonde bestrijdt, hoe meer men zondigt, want wet doet volgens Paulus zonde toenemen. In de gelovige manifesteren zich twee naturen, die van de eerste Adam en die van de tweede (Christus). Door Adam heerst de zonde tot in de dood, door Christus de genade tot in het eeuwige leven. Intussen is het niet de bedoeling maar raak te zondigen, maar te kiezen voor een leven uit genade. De gelovige is niet vrijgemaakt van de macht, maar wel van de heerschappij van zonde. En vrij gemaakt om de Heer te dienen.
“Maar de zonde wordt niet toegerekend als er geen wet is.”

Spreker: Ab Klein Haneveld

Om de studie te kunnen beluisteren en eventueel te downloaden moet u op deze site zijn ingelogd. Inloggen kan alleen met een account. Vraag hier uw gratis account aan.