Wat is de mens?

Zowel de eerste als de tweede Adam maakte deel uit van Gods plan, dat al dateert van voor de huidige schepping, die nog niet tot Zijn heerlijkheid existeert. God maakte de mens door Zijn adem tot een levende, maar tegelijk sterfelijke, ziel, bedoeld om de waarheid te zoeken. Zoals heel deze door Hem – weliswaar goed, maar niet uitmuntend – ge maakte schepping is die tijdelijk. De mens is volgens de Schrift een uit het stof geboetseerd aarden vat. Alleen de geest die daarin komt bestaat na het sterven voort in het dodenrijk. Dat geldt niet voor gelovigen die door Christus met Diens Geest zijn gevuld, hoewel zij aan de buitenkant nog Adams beeld dragen. Evenals dat met hun Heer gebeurde, zullen zij – zowel degenen die dan nog op aarde zijn, als de inmiddels overledenen – bij de opname van de Gemeente een verheerlijkt lichaam ontvangen.
‘Alzo werd de mens tot een levende ziel.’

Spreker: Ab Klein Haneveld

Deel 1-10

Deel 11-13