Gods plan in de geschiedenis

Onder het devies “God wil dat alle mensen zalig worden” (1 Tim. 2:4) wordt het werk Gods beschouwd als soteriologisch van aard. Opzettelijk of niet: hiermee wordt de (redding van de) mens centraal gezet in Gods handelen. In werkelijkheid is Gods werk theocentisch: het gaat niet om de mens, maar om God Zelf. Immers staat ter discussie of God wel rechtvaardig is in zijn handelen met mens en wereld. Of hij niet schromelijk te kort schiet in zijn veronderstelde betrokkenheid bij de schepping. Waarom grijpt Hij niet in? Kortom, God heeft één en ander te bewijzen in de loop van de historie. Zoals Zijn toorn en macht (Rom. 9:22)en de rijkdom Zijner heerlijkheid (Rom. 9:23). Of de uitnemende rijkdom Zijner genade (Ef. 2:7) en Zijn trouw (geloof) (Rom. 3:3) en rechtvaardigheid (Rom. 1:17; 3:4, 21, 25, 26). Anderzijds wordt in de geschiedenis het volstrekte onvermogen van de mens gedemonstreerd. De zondige natuur van de mens komt immers tot uitdrukking in het falen van alle menselijke filosofie en ideologie. Zelfs een 1000-jarige Christusregering zal niet leiden tot het uitbannen van zonde en dood. En daarom verwachten wij naar Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. (2 Petr. 3:13)

Spreker: Ab Klein Haneveld

Deel 1-10

Deel 11-13